Legal Blog

Thursday, February 14, 2013

Ambtenaren en het sociaal statuut

Eerder deze maand hebben ambtenarenvakbonden en de minister van Bestuur, Planning en Dienstverlening een akkoord gesloten waarin staat dat de nieuwe basisverzekering ziektekosten voorlopig niet gaat gelden voor ambtenaren. De basisverzekering wordt gepresenteerd als kostenbeheersingmaatregel die noodzakelijk is vanwege de ‘acute’ financiële situatie van Curaçao. De ambtenaren hadden zich echter tegen de invoering van de basisverzekering verzet omdat die zou leiden tot een verslechtering van hun arbeidsvoorwaarden.

Op grond van het Sociaal Statuut in het kader van de overdracht van het overheidspersoneel van het Land en het eilandgebied Curaçao naar het nieuwe autonome Land Curaçao kan er tot juni 2015 niet getornd worden aan de arbeidsvoorwaarden van de ambtenaren. Over het akkoord met de ambtenaren is veel ophef ontstaan. Er werd kritiek geuit op het feit dat de ambtenaren buiten de kostenbesparende maatregelen vallen terwijl deze wel worden ingevoerd voor rest van de bevolking. Dat zou niet solidair zijn en in strijd met het beginsel van gelijke behandeling. Ook werd geroepen dat de uitgaven van overheidspersoneel drastisch omlaag moeten en het Sociaal Statuut ‘in het kader van het algemeen belang’ op de schop zou moeten. 

Voor de vraag of het Sociaal Statuut eenzijdig gewijzigd kan worden, is het belangrijk om de bijzondere positie van overheidspersoneel in het achterhoofd te houden. Het kenmerkende verschil tussen de rechtspositie van een ambtenaar en die van een werknemer is dat de arbeidsverhouding van een ambtenaar berust op een eenzijdige aanstelling door de overheid, terwijl die van een werknemer berust op een overeenkomst tussen twee partijen, een tweezijdige rechtshandeling dus. Dit betekent in de praktijk dat een werknemer in beginsel samen met de werkgever de inhoud van die overeenkomst kan uitonderhandelen, vaststellen en wijzigen. Als uitgangspunt voor de positie van een ambtenaar geldt daarentegen dat arbeidsvoorwaarden in beginsel eenzijdig worden vastgesteld in regelgeving. Het collectieve arbeidsvoorwaardenoverleg voor ambtenaren leidt dan ook niet tot een collectieve arbeidsovereenkomst zoals in de private sector het geval is, maar in een onderhandelingsresultaat dat door de overheid moet worden omgezet in regelgeving.

Ambtenaren mogen collectieve acties voeren om druk uit te oefenen in het kader van die onderhandelingen, maar zij moeten daarbij wel terughoudend zijn. In het algemeen kan gezegd worden dat collectieve acties in de publieke sector namelijk eerder in strijd zullen zijn met het openbaar belang. Als het gaat om een wijziging van de rechtspositie van ambtenaren moet er overeenstemming worden bereikt met het Centraal Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken (GOA), een overlegorgaan waarin vertegenwoordigers zitten van de ambtenarenvakbonden. Het resultaat moet worden neergelegd in een door partijen en de voorzitter ondertekend convenant. Dit alles betekent dus dat de overheid het Sociaal Statuut niet eenzijdig kan wijzigen.De maatschappelijke discussie over verlaging van de personeelslasten van de overheid blijft een heikel punt. De ambtenarenvakbonden hebben namelijk een belangrijke vinger in de pap. Hoewel de Minister tot nu toe de strategie van het ‘pappen en nathouden’ heeft gehanteerd zullen we in de toekomst dus waarschijnlijk meer van de ambtenarenvakbonden gaan horen. 

Filed under: Labor Law by Annemarijke Bach Kolling.

 

 


Commenting is not available in this weblog entry.