Legal Blog

Friday, October 14, 2011

De nieuwe inkeerregeling, heffing bij de vennootschap en de aandeelhouders!

Het Belastingplan 2011 is recent door de Staten aangenomen. Ook is een door de regering ingediend amendement daarop aangenomen. Dat amendement bevat een uitbreiding van de nieuwe inkeerregeling: de regeling die het mogelijk maakt om alsnog en tegen een gunstig tarief inkomsten bij de inspectie der belastingen aan te geven. Door de uitbreiding kan een belastingplichtige niet alleen inkeren voor de inkomstenbelasting, maar nu ook voor de winstbelasting verschuldigd door vennootschappen en voor de successiebelasting (bij schenkingen en erfrecht verschuldigd). De alsnog verschuldigde winst- en successiebelasting wordt dan nageheven door middel van een naheffingsaanslag inkomstenbelasting. Indien de inkeer plaatsvindt in het eerste kwartaal van 2012, bedraagt het tarief 10%.


Voor wat betreft de successiebelasting geldt als belastingplichtige degene die een erfenis of schenking heeft ontvangen van een inwoner van Curaçao (of de voormalige Nederlandse Antillen). De schenker of erflater is geen belastingplichtige voor de successiebelasting. Stel dat u een schenking heeft ontvangen van uw broer en er is geen successiebelasting betaald. U moet dan als belastingplichtige alsnog inkeren en de verschuldigde (successie)belasting voldoen. Van belang is dan om vast te stellen hoe uw broer aan het geld van de schenking is gekomen. Indien namelijk de ontvangen gelden afkomstig zijn van inkomsten waarover uw broer geen belasting heeft betaald, dan moet ook uw broer zelf inkeren. Een belastingplichtige kan namelijk niet voor een andere belastingplichtige, in dit voorbeeld uw broer, inkeren. Het risico bestaat dan dat uw broer alsnog voor belastingfraude wordt vervolgd.


Dat een belastingplichtige niet kan inkeren voor een andere belastingplichtige, geldt tevens voor de winstbelasting. Indien een vennootschap met een op Curaçao woonachtige aandeelhouder inkeert, dan wordt de winst van de vennootschap bij deze aandeelhouder belast tegen 10% in plaats van het huidige tarief van 34.5% (inclusief opcenten) dat geldt voor de winstbelasting. Dit lijkt heel praktisch, omdat de aandeelhouder de verzwegen winst zeer waarschijnlijk in zijn of haar zak heeft gestoken. Dit betekent eigenlijk dat de winst vanuit de vennootschap al is uitgekeerd aan de op Curaçao woonachtige aandeelhouder die over deze uitkering in beginsel 19.5% (inclusief opcenten) inkomstenbelasting had moeten betalen. In dit geval moet dus ook de op Curaçaose aandeelhouder zelf inkeren. Immers, een belastingplichtige kan niet voor een andere belastingplichtige inkeren.


Een voorbeeld, de winst van een vennootschap bedraagt NAF 20.000 en deze winst is niet aangegeven en terechtgekomen bij de Curaçaose aandeelhouder. Bij inkeer in januari 2012 bedraagt de verschuldigde belasting dan 10% * NAF 20.000 = NAF 2.000. De winst na belastingheffing, zijnde NAF 18.000, wordt geacht te zijn uitgekeerd aan de op Curaçaose aandeelhouder. Deze aandeelhouder is dan aan belasting verschuldigd NAF 18.000 * 10% = NAF 1.800. In totaal houdt de op Curaçaose aandeelhouder dan NAF 16.200 over. Ter vergelijking, indien op normale wijze belasting zou zijn betaald, zou de aandeelhouder slechts NAF 10.546 over hebben gehouden. Een voordeel van meer dan NAF 5.600.


Het lijkt er echter op dat het amendement uitgaat van de situatie dat de door de vennootschap verzwegen winst per saldo slechts één keer wordt belast tegen een tarief van 10% op het niveau van de Curaçaose aandeelhouder. Dit kan en mag niet de bedoeling zijn, omdat dit erin resulteert dat of de vennootschap of de aandeelhouder geheel geen belasting betaalt bij inkeer. Een te groot verschil ten opzichte van de belastingplichtigen op Curaçao die wel altijd, zoals het hoort, belasting hebben betaald. Een belastingheffing van tweemaal 10% voor de vennootschap en de aandeelhouders is al een koopje, nog leuker zou het niet mogen worden.


Afsluitend merk ik op dat één belangrijk element nog ontbreekt om de inkeerregeling tot een succes te maken. Een belastingplichtige die inkeert ten aanzien van inkomsten uit legale activiteiten, moet de zekerheid krijgen dat hij of zij niet alsnog strafrechtelijk wordt vervolgd. De Minister van Financiën en de Minister van Justitie kunnen hiertoe besluiten. Zonder een dergelijk besluit, kan strafrechtelijke vervolging niet worden uitgesloten.

 

Filed under: Dispute ResolutionTax by Jeroen Starreveld.

 

 


Commenting is not available in this weblog entry.