Legal Blog

Tuesday, June 07, 2011

Pleitbaar standpunt kan een fiscale boete voorkomen

Inleiding

Het pleitbaar standpunt vormt een relatief onbekend leerstuk waarvoor desondanks een belangrijke rol kan zijn weggelegd bij het van tafel krijgen van een fiscale boete. Ook binnen het fiscaal strafrecht lijkt de invloed van het leerstuk toe te nemen. Onjuist handelen kan in de fiscaliteit onder meer bestraft worden met een boete en in sommige gevallen zelfs leiden tot een strafrechtelijke vervolging.

Binnen de Algemene Landsverordening Landsbelastingen wordt een onderscheid gemaakt tussen vergrijp- en verzuimboetes. Bij verzuimboetes gaat het om lichte vergrijpen, daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan overschrijding van de aangiftetermijn. Vergrijpboetes zien op zwaardere delicten, er is dan sprake van opzet of grove schuld. Voor de belastingplichtige is het onderscheid tussen verzuim- en vergrijpboetes van belang. De verzuimboete kent een maximum van NAF 10.000, de vergrijpboete kan oplopen tot 100% van de verschuldigde belasting.

De inspecteur mag geen vergrijpboete opleggen voor zover het niet aan de opzet of grove schuld van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige is te wijten dat er te weinig belasting is geheven. Bij het wegnemen van opzet of grove schuld aan de zijde van de belastingplichtige kan het leerstuk van het pleitbaar standpunt een cruciale rol vervullen, zo blijkt uit jurisprudentie.

Zo oordeelde de Hoge Raad dat een boete van 100% geheel niet verschuldigd was omdat er sprake was van een pleitbaar standpunt. Aan belanghebbende was in casu een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van f 61 250, met daar boven op een boete van 100% berekend over de verschuldigde belasting. Belanghebbende zou ten onrechte een verzoek hebben gedaan om teruggaaf van omzetbelasting die hem in rekening was gebracht bij de levering van een jacht dat hij daarna zou hebben verkocht aan een in België gevestigde vennootschap. Geoordeeld werd dat de naheffing op zichzelf terecht is, maar dat er als gevolg van het pleitbare standpunt geen sprake was van opzet of grove schuld.

Ook in een situatie waarin een werkgever ten onrechte het aan zijn werknemers betaalde vakantiegeld niet tot het loon rekende, bood een beroep op een pleitbaar standpunt soelaas. De inspecteur had naheffingsaanslagen loonbelasting opgelegd, verhoogd met vergrijpboetes van 25%. Belanghebbende erkende dat haar handelswijze niet juist was en betwistte daarom de naheffingsaanslagen niet. Hof Amsterdam oordeelde dat de handelswijze van de belanghebbende weliswaar onjuist was, maar in redelijkheid verdedigbaar en dus pleitbaar was, omdat de wet op het moment van het doen van de aangifte onduidelijk was en de Hoge Raad hierover nog niet had geoordeeld. Het standpunt van de belanghebbende werd pas niet meer pleitbaar nadat de Hoge Raad later oordeelde dat het vakantiegeld wel tot het loon behoorde. Onduidelijke wetgeving mag derhalve een belastingplichtige niet worden verweten, indien hij in redelijkheid een standpunt inneemt.

Erkenning in de rechtspraak

De leer van het pleitbaar standpunt heeft zich ontwikkeld in de jurisprudentie. Het leerstuk kent zijn basis in een uitspraak van Hoge Raad uit juli 1984. In deze zaak stelde een gemeente zich op het standpunt dat zij niet kon worden aangemerkt als ondernemer in de zin van de omzetbelasting. De inspecteur kon zich niet verenigen met de zienswijze van de gemeente en stelde zich op het standpunt dat de gemeente wel diende te worden aangemerkt als ondernemer. De inspecteur legde tevens een boete op. Het Hof achtte het ingenomen standpunt van de gemeente zodanig pleitbaar, dat het aannemelijk was geworden dat de gemeente meende juist te handelen door in deze situatie geen omzetbelasting op aangifte te voldoen. Het gevolg hiervan was dat de eerder opgelegde boete werd vernietigd. De Hoge Raad achtte dit oordeel van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat een geslaagd beroep op een pleitbaar standpunt opzet danwel grove schuld aan de zijde van de belanghebbende wegneemt.

Na de “geboorte” van het leerstuk van het “pleitbaar” standpunt in het arrest uit 1984 is in latere jurisprudentie tevens de uitdrukking “niet al te lichtvaardig handelen” en “zodanig verdedigbaar” gehanteerd. Hoewel er dus verschillende bewoordingen in de jurisprudentie worden gehanteerd zijn de gevolgen die er aan verbonden worden gelijk, de opzet en grove schuld aan de zijde van de belastingplichtige wordt weggenomen en de eerder opgelegde boete kan hierdoor niet in stand blijven.

Gronden pleitbaar standpunt

Maar wanneer is een standpunt nu pleitbaar en dus verdedigbaar? De mate van verdedigbaarheid van een door de belastingplichtige ingenomen standpunt wordt in de jurisprudentie gekoppeld aan het handelen van de belastingplichtige. Daarbij valt de volgende lijn te ontdekken: hoe groter de complexiteit van het feitencomplex of de toe te passen regelgeving des te eerder is er sprake van een pleitbaar standpunt. Een pleitbaar standpunt kan overigens zowel betrekking hebben op juridische als feitelijke geschillen.

Een onjuist standpunt kan in sommige situaties nog wel degelijk pleitbaar zijn. Een voorbeeld hiervan kan worden aangetroffen in een uitspraak waarin er sprake was van een onjuiste kwalificatie,  maar deze kwalificatie gezien de complexiteit van zowel de feiten als de juridische kwalificatie niet reeds op voorhand duidelijk was. Cruciaal is of achteraf waarbij alle omstandigheden in ogenschouw worden genomen, kan worden vastgesteld dat een standpunt als pleitbaar kan worden aangemerkt.

Indien een belanghebbende ten aanzien van een ingenomen positie door een rechtbank in het gelijk wordt gesteld, kan hieraan een pleitbaar standpunt worden ontleend, ook indien bijvoorbeeld de Hoge Raad de zienswijze van de belanghebbende (later) niet deelt.

Met betrekking tot het ontlenen van een pleitbaar standpunt aan meningen in de vakliteratuur is sprake van een tamelijk grijs gebied. Aan een standpunt wat letterlijk is overgenomen uit een commentaar van bijvoorbeeld de Vereniging Antilliaanse Belastingadviseurs, lijkt wel een pleitbaar standpunt te kunnen worden ontleend. Voorzichtigheid is echter geboden.

Conclusie

Een beroep op een pleitbaar standpunt neemt in het fiscale boeterecht opzet en grove schuld aan de zijde van de belastingplichtige weg. Wanneer een beroep op een pleitbaar standpunt wordt gehonoreerd kan de opgelegde boete niet in stand blijven. Dit geldt niet voor de opgelegde (naheffings)aanslag, deze dient te worden voldaan. U heeft dus geen gelijk, maar desalniettemin vervalt de boete!

Robert-Jan Brouwer / Jeroen Starreveld

Filed under: Tax by Jeroen Starreveld.

 

 


Commenting is not available in this weblog entry.