Legal Blog

Tuesday, April 23, 2013

Procederen is een vak apart

Alles draait om kennis en ervaring

Procederen lijkt eenvoudig. Je hebt bijvoorbeeld een geldvordering op iemand (een particulier of een onderneming) en je vraagt de rechter om in een vonnis te bepalen dat je die vordering inderdaad hebt. En je vraagt de rechter om die tegenpartij tot betaling te veroordelen. En heb je dat vonnis eenmaal, dan kun je met behulp van een deurwaarder overgaan tot executie. Dat betekent dan het leggen van beslag op bijvoorbeeld een handelsvoorraad en het in het openbaar veilen daarvan. Simpel toch? Waarom is procederen dan toch een vak, waarvoor je bij voorkeur een professional moet inschakelen? Aan de hand van het burgerlijk procesrecht van Curacao zal ik kort enkele onderwerpen bespreken die laten zien welke problemen je zoal kunt tegenkomen.

In de eerste plaats is het procesrecht formeel van karakter. Voor het aanspannen en vervolgens voeren van een procedure gelden allerlei regels. Zo moet je bijvoorbeeld zorgen dat je op tijd griffierecht betaalt en dat je bij de juiste rechter bent. Aan de hand van de regels van het burgerlijk procesrecht kun je vaststellen welke rechter bevoegd is. Dat kan een rechter in je eigen land zijn, maar het zou ook een rechter in het buitenland kunnen zijn. In veel gevallen is contractueel vastgelegd welke rechter partijen bevoegd verklaren (forumkeuze). Maak je een zaak aanhangig bij de verkeerde rechter, dan zal hij zich onbevoegd verklaren. 

Maar het kan ook zijn dat in een contract een arbitraal beding is opgenomen. In dat geval moet je juist niet bij de burgerlijke rechter zijn, maar moet een arbitrale procedure aanhangig worden gemaakt. Daarvoor gelden dan weer aparte regels. Dat kunnen regels in het contract zijn, regels in je eigen land, maar ook regels van de Internationale Kamer van Koophandel of van een ander instituut.

Ik noem hier ook nog het Wetboek van Canoniek Recht dat in een kerkelijke rechtsgang voorziet, waarbij de kerkelijke rechter een exclusieve bevoegdheid heeft te oordelen over onder meer zaken die geestelijke aangelegenheden betreffen. Staat op grond van het Wetboek van Canoniek Recht een (interne) beroepsgang open, dan moet daarvan gebruik worden gemaakt alvorens de burgerlijke rechter kan worden ingeschakeld. Het zal overigens mede van de aard van de vordering afhangen of de burgerlijke rechter zich wel of niet bevoegd verklaart.

Voor het beantwoorden van de vraag bij welke rechter je moet zijn kan ook het soort vordering van belang zijn. Een vordering tot incasso van een geldsom of een geschil over een overnamecontract stel je in Curacao in bij het Gerecht in Eerste Aanleg. Maar als je een enquêteprocedure begint moet je juist bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie zijn. En als je als burger wilt dat er een enquêteprocedure tegen een overheidsvennootschap wordt gestart, moet je een verzoek daartoe richten aan het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie moet vervolgens onderzoeken of er voldoende redenen zijn om een enquêteverzoek bij het Hof in te dienen.

Er kunnen natuurlijk ook meerdere tegenpartijen zijn die in verschillende landen wonen of gevestigd zijn. Bij welke rechter moet je dan zijn? En soms zijn er zaken waarin de wet voorschrijft dat je alle betrokken partijen in de procedure moet betrekken, omdat de kwestie waarover het gaat hen allemaal raakt en het geschil niet gesplitst kan worden behandeld. Zo moet een vordering tot vernietiging van een rechtshandeling worden ingesteld tegen alle partijen bij die rechtshandeling. Denk ook aan de vordering tot ontbinding van een huurovereenkomst waarbij meerdere huurders partij zijn.

Als eiser moet je ook weten wie je tegenpartij is. Als een vordering betrekking heeft op een contractueel samenwerkingsverband, zoals een commanditaire vennootschap, wie betrek je dan in de procedure: de commanditaire vennootschap, de beherend vennoot en/of de commanditaire vennoten? En als de aandeelhoudersvergadering van een NV of BV een besluit neemt, waar een aandeelhouder tegen is, richt hij dan zijn vordering tegen die andere aandeelhouders en/of tegen de vennootschap? En tegen wie richt hij zijn vordering als hij op zwaarwegende gronden wil dat zijn aandelen worden overgenomen of als hij de aandelen van de andere aandeelhouders wil overnemen?

Het komt vaak voor dat bijvoorbeeld de rechter te Curacao bevoegd is om een zaak te behandelen, maar dat de vordering door het recht van een ander land wordt beheerst. De rechter te Curacao moet dan door partijen over de inhoud van dat buitenlandse recht worden voorgelicht. Natuurlijk moet je al voordat je een dergelijke zaak aanhangig maakt hebben uitgezocht of je vordering enige kans van slagen heeft. En je moet stilstaan bij de vraag wat je doet als je vordering door de rechter te Curacao wordt toegewezen, maar je voor de executie van dat vonnis in het buitenland moet zijn. Soms kun je dan gebruik maken van een internationaal executieverdrag, maar soms moet je in het buitenland de zaak nog een keer (verkort) overdoen.

Heb je eenmaal de juiste rechter gevonden, dan is het van belang dat de vordering op de juiste wijze wordt ingediend. Ook op dat vlak gelden allerlei regels. Het gaat er niet alleen om dat de namen van partijen kloppen, maar onder meer ook dat de vordering en de gronden waarop die berust duidelijk worden omschreven, en wordt aangegeven welk bewijs er is, maar ook dat helder wordt geformuleerd wat nu precies van de rechter wordt gevraagd. Ook moet worden stilgestaan bij de vraag of bijvoorbeeld de oplegging van een dwangsom kan en moet worden gevraagd.

Doorgaans is het ook van belang dat de eiser aan de rechter vraagt om zijn vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat houdt in dat als de vordering van de eiser wordt toegewezen maar de gedaagde in hoger beroep gaat, de eiser het vonnis toch kan executeren. Vergeet de eiser dit aan de rechter te vragen, dan geldt dat een hoger beroep schorsende werking heeft. En als eiser moet je niet vergeten om de rechter te vragen de gedaagde partij in de proceskosten te veroordelen. Het gaat hier overigens niet om alle proceskosten van eiser, en bovendien wijst de rechter een dergelijk verzoek in beginsel alleen toe als hij de hoofdvordering ook toewijst.

Als gedaagde partij moet je verweer voeren (conclusie van antwoord), waarvoor evenzeer geldt dat het niet alleen duidelijk en compleet moet zijn, maar ook dat je weet welke formele verweren je bijvoorbeeld moet aanvoeren. Denk wat dat laatste betreft aan een beroep op verjaring. In veel gevallen geldt een verjaringstermijn van vijf jaar, maar soms een veel kortere termijn. Voor de vernietiging van een besluit van een in Curacao gevestigde rechtspersoon geldt een korte vervaltermijn van zes maanden. 

Stel dat de eisende partij in het buitenland is gevestigd, dan kun je onder omstandigheden aan de rechter vragen om die eisende partij zekerheid voor de proceskosten te laten stellen. Een gedaagde moet zich ook de vraag stellen of hij een tegenvordering zal instellen (eis in reconventie). Beide partijen moeten nadenken over de vraag of (en zo ja welke) getuigen moeten worden gehoord, of dat wellicht een deskundige moet worden ingeschakeld.

Stel dat u gedaagde bent, maar om de een of andere reden niet in een procedure bent verschenen en geen verweer hebt gevoerd. U heeft dan verstek laten gaan. In dat geval wordt een verstekvonnis gewezen en in de meeste gevallen wordt de vordering van de eisende partij toegewezen. Als het verstekvonnis u bekend wordt, bijvoorbeeld omdat de deurwaarder het aan u betekent, kunt u gedurende een periode van twee weken in verzet. Dat verzet wordt niet ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (de rechter in hoger beroep), maar bij het Gerecht in Eerste Aanleg, alwaar het vonnis is gewezen.

Het kan natuurlijk voorkomen dat een eisende partij niet, maar een gedaagde partij of een derde wel beschikt over stukken, waarmee de eisende partij het bestaan en de omvang van zijn vordering kan bewijzen. Er is een aparte procedure waarmee dergelijke stukken kunnen worden opgeëist. Deze procedure, beter bekend als de exhibitieplicht van artikel 843a Rechtsvordering, stelt enkele voorwaarden waaraan moet zijn voldaan alvorens de rechter die vordering kan toewijzen.

Er kunnen nog tal van andere kwesties spelen. Ik noem er een paar. Stel dat u gedaagde bent in een procedure, maar de rechtsverhouding waarop de vordering is gebaseerd is door u overgedragen aan een derde. Of er is een derde die jegens u heeft verklaard dat als u in rechte wordt aangesproken, hij u zal vrijwaren. Afhankelijk van de concrete feiten en omstandigheden zijn er dan diverse mogelijkheden. U kunt die derde in vrijwaring oproepen. Dat wordt een vrijwaringsincident genoemd. Alvorens de rechter daarover beslist, mag ook de eisende partij zich over een dergelijk verzoek uitlaten. Het kan ook zijn dat een derde zich in de procedure wil mengen, hetzij aan de zijde van de eisende of gedaagde partij, hetzij door tussenkomst.

Nog een ander voorbeeld: de wet bevat een rectificatiemogelijkheid voor kennelijke vergissingen in een rechterlijke uitspraak, alsmede de mogelijkheid van aanvulling wanneer een rechter verzuimd heeft enig onderdeel van het gevorderde te behandelen. Een rectificatie kan ambtshalve of op verzoek van een partij geschieden, een aanvulling slechts op verzoek van een partij. In dergelijke gevallen behoeft dus niet het middel van hoger beroep te worden aangewend.

Soms worden bij verschillende gerechten zaken aangebracht die sterk met elkaar zijn verweven. U stelt bijvoorbeeld een procedure in bij het Gerecht in Curacao, en uw wederpartij stelt tegelijkertijd een procedure in tegen u bij het Gerecht te Aruba of te Sint Maarten. Als het om inhoudelijk hetzelfde geschil gaat is het weinig efficiënt als daarover bij twee verschillende gerechten wordt geprocedeerd. Ook bestaat in dat geval het risico dat tegenstrijdige vonnissen worden gewezen. Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevat een regeling inzake de verwijzing van een zaak van de ene rechter naar de andere.

Hier moet ook het leerstuk misbruik van procesrecht worden genoemd. De regeling inzake misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 Burgerlijk Wetboek) vindt buiten het vermogensrecht toepassing voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet (art. 3:15 Burgerlijk Wetboek). Dit leerstuk kan ook in het procesrecht een rol spelen: dan wordt over misbruik van procesrecht gesproken. Van een dergelijk misbruik kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer ten onrechte het faillissement wordt aangevraagd door een crediteur, maar ook wanneer sprake is van een eigen aanvraag tot faillissement (bijvoorbeeld alleen maar om werknemers te kunnen ontslaan).

Als je een vordering op een partij hebt kan het zinvol zijn beslag te leggen voorafgaand aan of tijdens de procedure. Ook voor beslaglegging gelden allerlei regels. Het maakt onder meer verschil of je beslag onder de schuldenaar zelf legt of onder een derde, en of je beslag legt op een vordering, een handelsvoorraad of een kantoorpand. In Curacao is het mogelijk dat je beslag legt op goederen die zich in Curacao bevinden, terwijl de hoofdprocedure in een ander land wordt gevoerd. 

Behalve aan beslaglegging kun je ook denken aan een vordering in kort geding. De rechter in kort geding kan een zogeheten voorlopige voorziening treffen, bijvoorbeeld een bouwstop gelasten of de tegenpartij veroordelen tot een voorschot op de schadevergoeding. Een dergelijke voorziening wordt voorlopig genoemd, omdat het een ordemaatregel betreft waaraan de rechter in de hoofdzaak niet is gebonden. Het kan dus goed zijn dat het voorlopige oordeel van de rechter in kort geding fundamenteel afwijkt van het oordeel van de rechter in de bodemprocedure. Aan het executeren van een vonnis in kort geding kunnen dan ook risico’s zijn verbonden.

Behalve in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zijn er ook nog elders relevante regels vastgelegd. In dat verband noem ik slechts het procesreglement van het Gerecht in Eerste Aanleg te Curacao. Daarin komen ook allerlei praktische voorschriften voor. Het niet opvolgen van deze regels kan ertoe leiden dat de procedure voortijdig eindigt, of in een voor de eiser of gedaagde negatief vonnis uitmondt. Het juist en tijdig opvolgen van al deze regels maakt dat bijstand door een deskundige in de meeste gevallen noodzakelijk is.

Voorts wordt opgemerkt dat er af en toe naar internationale verdragen werd verwezen. Dergelijke verdragen zijn er in bijna alle soorten en maten. Sommige verdragen hebben betrekking op de bevoegdheid van rechters. Andere verdragen zien op het toepasselijke recht. In weer andere verdragen gaat het om rechtsbijstand in internationale zaken of de executie van (internationale) arbitrale vonnissen of vonnissen van de burgerlijke rechter. In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) staan criteria waaraan een eerlijk proces moet voldoen, bijvoorbeeld de eis dat hoor en wederhoor moeten plaatsvinden. Het lijkt soms wel een oerwoud aan regels en normen. Die regels zijn bovendien ook niet altijd allemaal even helder.

Tenslotte wordt hier opgemerkt dat is uitgegaan van tamelijk eenvoudige voorbeelden. Veel procedures zijn echter inhoudelijk gecompliceerd. Denk in dat verband aan geschillen over ingewikkelde overnamedisputen, geschillen tussen beleggers en een beleggingsfonds, geschillen met een aannemer of architect over een gebouw of geschillen over intellectuele eigendom. Al dat soort geschillen vragen van advocaten veel meer dan kennis van en ervaring met procederen. Niet dat elke advocaat op al die terreinen een expert moet zijn, maar hij moet op zijn minst experts in zijn team hebben.

Er zijn hier slechts enkele aspecten van het burgerlijk procesrecht van Curacao belicht. Die aspecten zijn evenzeer van belang voor het recht van Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Aan procedures in hoger beroep en beroep in cassatie is dan nog niet eens aandacht besteed. De conclusie moet zijn dat procederen een vak is en dat proceservaring van wezenlijk belang is. Bij de keuze van een advocaat is het dan ook van belang naar die kennis en ervaring te vragen. En naar de kennis en ervaring van zijn team.

De advocaat is de deskundige bij uitstek als het om procederen gaat. In Curacao geldt de Advocatenlandsverordening 1959. Daarin is onder meer geregeld hoe je advocaat kunt worden. Deze oude wet gaat worden aangepast. Er is inmiddels een voorontwerp van een nieuwe Advocatenlandsverordening. In het voorontwerp is vastgelegd dat alleen advocaten als professioneel gemachtigden of raadslieden in burgerlijke zaken, administratiefrechtelijke zaken en strafzaken kunnen optreden. De rechter kan voor een bepaalde zaak personen die geen advocaat zijn als gemachtigde in die zaak toelaten. De toelating geldt dan alleen voor de zaak waarin dat is toegestaan. Burgers en bedrijven die zelf willen procederen kunnen dat ook onder de nieuwe wet blijven doen. Ook kunnen zij zich door niet-advocaten laten adviseren. Daaraan verandert de nieuwe wet dus niets. Als iemand gratis rechtshulp wil aanbieden kan dat dus ook als de nieuwe wet van kracht is.

Voor advocaten gelden bij de beroepsuitoefening de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid. Voor advocaten gelden gedragsregels en ingeval van klachten over het functioneren van een advocaat kan de tuchtrechter worden ingeschakeld. Voor advocaten geldt ook dat eisen aan de (voor)opleiding worden gesteld. Voorts maakt de nieuwe wet het mogelijk dat de Orde van Advocaten de kwaliteit van haar leden waarborgt door permanente opleiding verplicht te stellen. De huidige wetgeving biedt niet de mogelijkheid advocaten ook na hun afstuderen terug naar de schoolbanken te sturen.

Het doel van de nieuwe wet is om zogeheten beroepsgemachtigden uit te bannen. Dat zijn mensen die beroepsmatig werkzaamheden verrichten gelijk aan die van een advocaat, maar voor wie geen opleidingseisen gelden en die ook niet aan gedragsregels en tuchtrecht zijn onderworpen. Zij hoeven ook niet de eed of de belofte af te leggen. Er bestaat dus geen behoorlijke controle op de wijze waarop zij functioneren. Er zijn ook gevallen bekend van beroepsgemachtigden die eerst als advocaat werkzaam waren, maar als zodanig zijn gestopt juist om aan de toepassing van het gedragsrecht en het tuchtrecht te ontsnappen. Dat is een slechte zaak.

Voorts is in het voorontwerp vastgelegd dat zaakwaarnemers aan het advocatentuchtrecht worden onderworpen. Zaakwaarnemers zijn personen die hun beroep maken van het in rechte bijstaan van personen zonder advocaat te zijn. Deze bevoegdheid bestaat alleen indien de betrokkene is ingeschreven bij de griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg van het eiland waar hij woonachtig is. Op dit moment geldt in Curacao dat zaakwaarnemers alleen mogen optreden in zaken met een financieel belang van maximaal 10.000 gulden en in ontruimingszaken. Nieuwe zaakwaarnemers worden niet meer toegelaten. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat ook een deurwaarder als procesvertegenwoordiger mag optreden in zaken waar de vordering een geldsom betreft van niet meer dan 10.000 gulden.

De belangrijkste redenen voor een nieuwe wet zijn kwaliteitsverbetering en kwaliteitshandhaving. Advocaten moeten aan hoge eisen voldoen en wat zij doen (of niet doen) kan door de tuchtrechter worden getoetst. Procederen is een vak en rechtzoekenden behoren niet het slachtoffer van beunhazen te worden.

Filed under: Dispute Resolution by Karel Frielink.

 

 


Commenting is not available in this weblog entry.