Legal Blog

Wednesday, September 21, 2011

Seksuele intimidatie

Seksuele intimidatie

Vorige week heeft premier Schotte in de media geïnsinueerd dat een directielid van een niet nader te noemen nutsbedrijf zich schuldig zou hebben gemaakt aan seksuele intimidatie. In januari van dit jaar raakten Omayra Leeflang en de voormalig minister van cultuur en directeur van Kas di Kultura, René Rosaria, in een geschil verwikkeld. Leeflang betichtte Rosaria van seksuele intimidatie jegens zijn toenmalige werknemers. Rosaria won de rechtszaak en Leeflang moest een rectificatie plaatsen in de dagbladen ter zuivering van Rosaria’s naam. Desalniettemin spande Leeflang zich in voor het tot stand komen van een wettelijk verbod op seksuele intimidatie op de werkvloer.  Woensdag 7 september 2011 meldde Leeflang dat het wetsvoorstel zo goed als af is en deze week zou worden ingediend bij de Staten. Het wetsvoorstel is (nog) niet gepubliceerd, dus de inhoud is mij niet bekend, maar het zou volgens Leeflang een beschrijving geven van seksuele intimidatie en voorzien in een klachtenprocedure en disciplinaire maatregelen zoals ontslag. Vooralsnog moeten de ambtenaren het het goede voorbeeld geven, want het wetsvoorstel is bedoeld voor overheids-N.V.’s en aan de overheid gelieerde instellingen.


In Nederland bestaat dergelijke wetgeving al geruime tijd, maar wel versnipperd. Sinds 1994 volgt uit de Arbo-wet dat de werkgever een beleid moet voeren met betrekking tot het beschermen van werknemers tegen seksuele intimidatie. De gedragingen die seksuele intimidatie opleveren, vallen niet alleen onder de Arbo-wet, maar ook bijvoorbeeld onder de Algemene Wet Gelijke Behandeling die burgers, en dus ook werknemers, beschermt tegen ongeoorloofd onderscheid. Volgens die wetgeving is seksuele intimidatie: “enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd”. Deze definitie is ook geïmplementeerd in artikel 7:646 lid 6 en 8 van het B.W..


Curaçao heeft vooralsnog geen wettelijk vastgelegde definitie van seksuele intimidatie, maar er kan aansluiting worden gezocht bij de Nederlandse wetgeving zoals het Gerecht ook deed in het geschil tussen Leeflang en Rosaria. Hoewel er dus geen specifieke wettelijke basis is dat seksuele intimidatie moet voorkomen, kent Curaçao wel een arbeidsrechtelijke  grondslag. Werknemers die geconfronteerd worden met seksuele intimidatie kunnen hun werkgever aanspreken op grond van het algemene leerstuk “werkgeversaansprakelijkheid”. Op basis daarvan dienen werkgevers er voor zorg te dragen dat werknemers een veilige werkomgeving wordt aangeboden. Voorts zouden werkgevers op grond van de wettelijk vastgelegde norm van het “goed werkgeverschap” een preventief beleid moeten voeren. Zo zou een vertrouwenspersoon benoemd moeten worden bij wie de seksuele intimidatie kan worden aangekaart en zou er een klachtprocedure moeten zijn. Heeft seksuele intimidatie plaatsgevonden, dan kan de werkgever een werknemer die zich hieraan schuldig heeft gemaakt, aanspreken op diens verantwoordelijkheden als gevolg van het goed werknemerschap. Een werknemer is immers verplicht om al hetgeen te doen of na te laten wat een goed werknemer in gelijke omstandigheden behoort te doen en na te laten. Als sanctiemaatregel doen werkgevers in voorkomende gevallen een beroep op ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van gewichtige redenen, dan wel ontslag op staande voet wegens dringende redenen.

Onder het motto “voorkomen is beter dan genezen”, is juridische normering van seksuele intimidatie een stap in de goede richting. Zo worden werkgevers wellicht aangespoord om een preventief beleid in te voeren ter voorkoming en bestrijding van seksuele intimidatie.


Terwijl ik deze column schrijf, vraag ik mij af of seksuele intimidatie hier nu juist meer voorkomt dan in Nederland, misschien als gevolg van een machismo-cultuur, of juist minder. Uit onderzoek uitgevoerd door de Rijksuniversiteit in Groningen is namelijk gebleken dat seksuele intimidatie het minst voorkomt op een werkvloer waar het aantal mannen en vrouwen ongeveer gelijk is of waar vrouwen in de meerderheid zijn. In Curaçao is de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt erg hoog en hopelijk komt seksuele intimidatie om die reden niet veel voor. Dat stemt mij in ieder geval gerust, want als ik zo om mij heen kijk hier op kantoor, dan heb ik bijna medelijden met die paar mannen tussen al dat vrouwelijk geweld.

 


 

Filed under: Labor Law by Martine Hofhuis.

 

 


Commenting is not available in this weblog entry.