Legal Blog

Wednesday, August 10, 2011

Vakantiewerk

 
Het is komkommertijd, merk ik ‘s ochtends als ik naar kantoor rijd. De schoolvakanties zijn in volle gang en hoewel er voor velen tijd is voor ontspanning, is het voor sommige scholieren en studenten juist dé tijd om wat bij te verdienen met vakantiewerk. Werkgevers maken graag gebruik van vakantiewerkers om de gaten in de personeelsbezetting tijdens de vakantieperiode op te vullen. Werkgevers die jeugdige arbeiders te werk stellen, moeten wel rekening houden met een aantal afwijkende regels.

 
Jeugdigen worden in de Arbeidsregeling 2000 gedefinieerd als personen in de leeftijd van vijftien tot en met zeventien jaar. Voorop staat dat deze minderjarige vakantiewerkers gewone werknemers zijn, met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of voor de duur van een project. Minderjarigen mogen immers een arbeidsovereenkomst aangaan, mits zij daartoe door hun wettelijke vertegenwoordiger hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, zijn gemachtigd. De mondelinge machtiging moet worden verleend in de aanwezigheid van de werkgever of degene die namens hem handelt. De schriftelijke machtiging moet aan de werkgever ter hand worden gesteld.


Voor vakantiewerkers geldt dus dat zij reguliere werknemers zijn voor wie de  arbeidsrechtelijke regels onverkort van toepassing zijn. De wetgeving voorziet echter in een aantal extra beschermingsregels voor deze jonge werknemers. De bescherming uit zich in de bepalingen van de Arbeidsregeling omtrent de werktijden en de werkomstandigheden. Zo is het verboden om jeugdige werknemers arbeid te laten verrichten in de nachtelijke uren, dat willen zeggen voor zeven uur ’s ochtends en na zeven uur ’s avonds. Ook is het verboden om jeugdigen consignatie- of 24-uursdiensten op te leggen. Consignatiediensten zijn diensten waarbij de werknemer de verplichting heeft om bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo snel mogelijk de arbeid tussen opeenvolgende diensten te verrichten.


Voor jongeren geldt bovendien dat zij geen gevaarlijk werk mogen doen. In het Arbeidsbesluit jeugdige personen is vastgelegd wat er in ieder geval onder gevaarlijk werk wordt verstaan. Om maar eens een greep uit de verboden werkzaamheden te noemen: jeugdigen mogen geen arbeid verrichten waarbij veelvuldig zwaar getild moet worden, zij mogen niet met schadelijke stoffen en zware gereedschappen of werktuigen werken en geen werk verrichten waarbij het dragen van beschermende middelen tegen voor de volksgezondheid schadelijke invloeden is voorgeschreven. Kortom, jeugdige werknemers dienen licht werk te verrichten. Niet alle verboden werkzaamheden van het Arbeidsbesluit zijn overigens taboe indien de jeugdigen de werkzaamheden verrichten in het kader van een erkende beroepsopleiding en onder toezicht staan van een deskundige. 
Voor jongeren van zestien en zeventien jaar is er een minimumloon vastgesteld. Voor jongeren van vijftien jaar bestaat er geen wettelijk minimumloon. Uiteraard kan hen het minimumloon voor zestien en zeventien jarigen worden uitgekeerd.


Tot slot, de Arbeidsregeling legt de verantwoordelijkheid van arbeid door minderjarigen ook bij de opvoeders neer. Ook zij moeten er op toezien dat jeugdigen geen arbeid verrichten die de Arbeidsregeling verbiedt. Hoe luidde het gezegde ook alweer? Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen!

Filed under: Labor Law by Martine Hofhuis.

 

 


Commenting is not available in this weblog entry.